Eens verscheen aan het hof van de prins van
Birkasja een danseres met haar muzikanten.
Ze werd aan het hof toegelaten en danste de Dans der Vlammen en de Dans der
Zwaarden en Speren; ze danste de Dans der
Sterren en Ruimte, en de Dans van de Bloemen
in de wind. Hierna stond ze voor de troon van de
prins en neeg haar lichaam voor hem neer.
De prins zei tot haar: 'Schone vrouwe, dochter
van gratie en verrukking, vanwaar komt uw
talent? En hoe kan het dat u alle elementen
beheerst in uw ritmen en rijmen?' De danseres antwoordde: 'Machtige en genadige majesteit,
ik weet de antwoorden op uw vorsend vragen
niet. Dit weet ik slechts: de ziel van de wijsgeer
huist in zijn hoofd; de ziel van de dichter ligt in
zijn hart; de ziel van de zanger zetelt ergens in
zijn keel; maar de ziel van de danseres vertoeft
in heel haar lichaam.'
Geinspireerd uit:
De zwerver, de danseres van Khalil Gibran



